28-01-2010

Hebben we nog iets voor elkaar over in Brabant?


 Brabants dagblad (door J. den Hartog) | zaterdag 23 januari 2010

'Vrijwilligerswerk in Brabant brokkelt af', aldus een kop elders in deze krant dat gaat over de wijze waarop Brabanders met elkaar deelnemen aan de samenleving.
Betekent dit dat de Brabander van nu niets meer voor een ander wil doen? Deze conclusie kunnen we uit het onderzoek niet trekken, wel zijn Brabanders zich anders voor elkaar gaan inzetten dan voorheen. Het structurele, wekelijkse vrijwilligerswerk is minder in trek terwijl incidentele hulp toeneemt. Ten opzichte van voorgaande metingen hebben Brabanders in 2009 meer contacten met buren en zetten zij zich vaker actief in voor een buurtactiviteit. De verschuiving in de wijze waarop we ons vrijwillig inzetten, heeft gevolgen voor het verenigingsleven. Bovendien dreigen bepaalde groepen buiten de boot te vallen als het gaat om ondersteuning.

De deelname aan vrijwilligerswerk neemt al sinds de eerste meting van het PON in 1999, structureel af. Met name bij de taakcombineerders staat vrijwilligerswerk onder druk, kennelijk wordt het steeds lastiger werk en gezin te combineren met vrijwilligerswerk. Waar voorheen de werkende generaties veel taken in het verenigingsleven op zich namen, is het nu vooral de oudere generatie die zich wekelijks inzet. Vrijwilligerswerk lijkt zich dus te verplaatsen naar de generatie die het werkzame leven achter zich heeft gelaten. Toch is nog een kwart van de Brabanders tot 30 jaar vrijwillig actief. Het is dus niet zo dat de jongere generaties niets meer willen. Wel hebben zij andere motieven om vrijwilligerswerk te doen en doen zij dit voor minder uren per week dan ouderen. Ook lijkt de inzet te verschuiven van het traditionele vrijwilligerswerk naar de meer incidentele inzet in de buurt. Structurele inzet voor het vrijwilligerswerk lijkt steeds minder te passen in ons dagelijkse leven, terwijl het incidenteel helpen van een buur of de organisatie van een buurtfeest nog wel tussen de bedrijven door kan. Met de bereidheid tot vrijwillige inzet is niet zozeer iets mis, beschikbaarheid is de belemmerende factor. Wekelijks klaar staan op een vast tijdstip schrikt vandaag de dag veel mensen af. Wordt het vrijwilligerswerk via een organisatie of vereniging dan niet gewoon ouderwets? Als mensen blijven zorgen voor die buurvrouw of dat straatfeest weer organiseren, is er toch niets aan de hand? In deze redenering slaan we één belangrijke factor over. Verenigingen en vrijwilligersorganisaties zijn als het ware tussenpersonen waar vraag en aanbod van vrijwillige inzet samenkomen en waar iedereen gebruik van kan maken. Mensen met weinig sociale contacten kunnen zo toch gebruikmaken van de hulp van anderen en nieuwe contacten opdoen. Daardoor houden ze aansluiting bij de samenleving. Verenigingen blijven belangrijk om mensen met verschillende achtergronden te verbinden. Om het tij te keren, moeten verenigingen zich gezamenlijk inspannen om nieuwe vormen van actieve inzet te vinden die ook jongere generaties aanspreken. Belangrijk is dat het past bij de beperkte beschikbare tijd die werkende mensen en gezinnen vandaag de dag hebben. Flexibel en maatwerk zijn dan de sleutelwoorden.

We zagen eerder dat in de buurt meer contacten zijn ontstaan doordat buurtbewoners elkaar vaker ontmoeten of een buurtactiviteit opzetten. Het maakt duidelijk dat de buurt een belangrijke functie heeft als ontmoetingsplek en dat juist daar ondersteuningsbronnen voor kwetsbare mensen liggen. Toch past een kritische kanttekening. Informele ondersteuning en contacten vinden meestal plaats binnen het eigen sociale netwerk. Mensen met weinig sociale contacten of kwetsbaren zoals alleenstaande ouderen, mensen met een beperking of mensen van allochtone afkomst kunnen daardoor makkelijker buiten de boot vallen. Het is belangrijk juist op buurtniveau te stimuleren dat genoemde groepen gaan deelnemen aan buurtactiviteiten zodat ook zij gebruik kunnen maken van het sociale netwerk in de buurt. Georganiseerde ontmoetingsgelegenheden op buurtniveau bieden de mogelijkheid voor verschillende groepen met elkaar in contact te komen. Gemeenten kunnen de buurtbarbecue subsidie geven op voorwaarde dat ook die ene vrouw gevraagd wordt die altijd achter de geraniums zit, of die jongere met een beperking die in de woongroep woont. Zo zorgen we er samen voor dat Brabant echt sociaal blijft.

Jeannette den Hartog is onderzoeker van het Brabantse kennisinstituut PON

 

 

 

 

Meer informatie 

drs. J.A. (Jeannette) den Hartog

Mail deze pagina
Print deze pagina

Actueel

Aanmelden nieuwsbrief?