Spreek jeugd aan op haar talenten

Brabants dagblad (door Tom Vos) | donderdag 19 november 2009
Onverbeterlijke lastposten, dat is het dominerende beeld over jongeren. Het Brabantse kennisinstituut PON wil die negatieve spiraal doorbreken.
"Geef je je kinderen een schouderklopje als ze zich goed gedragen of ben je vooral bezig fout gedrag af te keuren? Met het eerste bereik je zoveel méér. Daar groeien kinderen van”, zegt adviseur Mariëlle Blanken van het Brabantse kennisinstituut Het PON.
Het PON wil af van het herhaaldelijk in de media en in het jeugdbeleid geponeerde beeld dat jongeren synoniem zijn voor problemen. „Natuurlijk zijn er incidenten rond jongeren, die kun je niet uitvlakken. Maar er wordt soms net gedaan of geen enkele jongere deugt. Terwijl maar een kleine minderheid daadwerkelijk problemen veroorzaakt.” Blanken kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is jongeren op een positieve manier uit te dagen, kijken naar wat ze wél kunnen, in plaats van ze voortdurend af te schilderen als roekeloze lastposten.
Het PON zet in zijn nieuwe Jaarboek, ‘Jeugd van vandaag: Brabanders van morgen?’ hoog in op verandering van de focus: er moet veel meer oog komen voor talenten van jongeren en het belang van een goed opvoedklimaat. „Alle jongeren hebben bepaalde talenten. Niet iedereen is Johan Cruijff maar zonder waterdragers had Cruijff het ook niet gemaakt. Ieder talent telt: een goede timmerman, vuilnisman, verkoopster: allemaal waardevol”, stelt Kees Verhaar, senior adviseur bij het PON en lector Jeugd en Gezin van Fontys Hogescholen in het Jaarboek. Dat kwam tot stand op basis van studie en gesprekken met overheden, hulpinstanties en jongeren zelf, waaronder de A1 van de Tilburgse voetbalclub Longa.
Verhaar wil dat het niet bij mooie woorden blijft maar dat instanties die met jeugdzorg te maken hebben, deze omzetten in daden. Hij verwijst naar recent onderzoek met opmerkelijke resultaten. „Onderwijskundige Hester de Boer heeft een grondige studie afgerond naar de matige prestaties van Friese jongeren in het onderwijs. De talenten van deze kinderen worden overduidelijk onvoldoende ontplooid. Dat blijkt opvallend genoeg nauw samen te hangen met het lage ambitieniveau van hun ouders. Friese kinderen zijn niet minder intelligent maar ze komen voor een aanzienlijk deel terecht in een onderwijstype dat lager is dan bij hun mogelijkheden zou passen. Je kunt er vergif op innemen dat dit in alle provincies zo is, ook in Brabant. Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje, wordt vaak gezegd. Onzin. Hier liggen kansen: ik denk dat bij uitstek lokale overheden, die dicht bij de mensen staan, ouders moeten prikkelen om net wat meer van hun kinderen te verwachten. Op den duur zal zich dat vertalen in de juiste schooladviezen en uiteindelijk in het beter presteren van de Friese jeugd. Een weg van de lange adem, want het betekent een cultuuromslag.”
De Centra voor Jeugd & Gezin die gemeenten uiterlijk in 2011 geopend moeten hebben, vormen volgens het PON de uitgelezen kans om de benadering van jongeren positiever te maken. Den Bosch heeft al zo’n centrum waar ouders en kinderen met wat voor vraag dan ook terecht kunnen.
„De drempel om daar binnen te stappen moet heel laag zijn”, vindt de Bossche wethouder Bart Eigeman, belast met jeugdzaken.
Ook hij stelde zijn expertise beschikbaar voor de totstandkoming van het PON-Jaarboek en deelt de eindconclusies. Hij is namens de Vereniging Nederlandse Gemeenten hét gezicht van alle jeugdwethouders, als aanvoerder van zijn ‘Bende van Bart’, in het overleg met verantwoordelijk minister Rouvoet.
„Slecht nieuws verkoopt, goed nieuws is geen nieuws. Daarom worden problemen met jongeren breed uitgemeten. Jammer! Jeugd moeten we aanspreken op talenten en dat beter uitdragen. Rouvoet heeft jeugd terecht hoog op de agenda staan, maar er moet wel boter bij de vis komen. We moeten af van de papierwinkel in het jeugdbeleid. Ons loopvermogen moet ook verbeteren: meer handen die jongeren sturen.”
Marris van de Luytgaarden, directeur van Bureau Jeugdzorg Breda, herkent dat problemen met jeugd onder het vergrootglas worden gelegd. „Als het goed gaat, hoor je er niks over. Daarom vind ik het Jaarboek ook zo goed. Dat laat een heel ander beeld zien.” Het Bossche Adviesbureau voor Jeugdvraagstukken K2 onderschrijft eveneens het belang van het positief uitdagen van jeugd. Cécile Nijsten: „Veel professionals die met jeugd werken, benaderen jeugd al op deze wijze. In die zin is dit uitgangspunt niet nieuw. Het gaat erom bij beleidsmakers en in media de beeldvorming om te buigen. Gemeenten doen er goed aan jeugd te betrekken bij de ontwikkeling van hun beleid, want reken maar: jongeren laten zich met de juiste uitnodiging en werkvormen graag horen.” Dat beaamt de Tilburgse jongere Moussa Boualala (18) van de A1 van Longa, die meewerkte aan het Jaarboek. „Ik woon sinds zes jaar in Nederland”, aldus de verdediger van Marokkaanse komaf, tweedejaars op ROC Midden-Brabant. „Ik voetbal al 4 jaar en ben 3 keer kampioen geworden, 2 keer bij Longa. Ik denk niet zozeer aan de toekomst maar wel aan nu en morgen. Ik leef mijn eigen leven, rustig en gewoon. Het is goed als jongeren op talent worden aangesproken. Dat gebeurt bij mij gelukkig. Voorbeeld? Ik ben al 2 keer gevraagd mee te doen in het tweede seniorenelftal van Longa.”

