07-01-2010

Vertrouw de jeugd, die deugt echt wel


 Brabants dagblad (door K. Verhaar) | donderdag 10 december 2009

De schrijvers van het boek De grenzeloze generatie spreken over een zogenaamde 'grenzeloze generatie' van jongeren tussen de 15 en 23 jaar die intens leeft, gefascineerd door uiterlijk, kicks, status en netwerken.

Hun opvoeders hebben het forever young-ideaal omarmd en opvoeden met gezag is taboe verklaard. Het belang van zelfbeheersing en het nemen van verantwoordelijkheid wordt gebrekkig overgedragen, met als gevolg een groeiende jeugdproblematiek. Aldus Motivaction.

Een tijdbom dus, zoals de jeugd in de media werd genoemd? Dan wil ik toch wel kwijt dat ik de afgelopen tijd de explosievenopruimingsdienst aan het werk heb gezien. Zo was ik met mijn studenten van de hbo-opleiding Pedagogisch Management Kinderopvang op werkbezoek in Den Haag. Op bezoek bij een 'zwarte' peuterspeelzaal toonde Romy Kennes zich zeer bezorgd: "Als de PVV aan de macht komt, mogen jullie dan niet meer investeren in educatie in de voorschoolse periode voor deze jonge kinderen?" Bij de VNG maakten de studenten zich collectief druk over de discussie over de kwaliteit van gastouders. Logisch, zou je denken, dat zijn toch concurrenten van de kinderopvangorganisaties? Nou nee dus, want brachten zij te berde: "Je mag ouders toch wel vertrouwen dat ze kiezen wat het beste is voor hun kind, dus ook dat ze goede gastouders uitzoeken!" En ik hoor nog Saskia Lucassen over haar droom: een eigen kinderopvangorganisatie, zodat ze ondernemer kan zijn met dat wat ze het liefste doet: bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen.

Onlangs was ik ook in Aarle-Rixtel. Duidelijk een mijnenveld, zo leek het, waar volwassenen en jongeren lijnrecht tegenover elkaar stonden. Je zou het nog geloven ook, als je al die baseballpetjes zag. Maar in het onderlinge gesprek bleek dat het eigenlijk gewoon ging om de vraag hoe elkaar te verstaan en te ontmoeten. De sfeer ontdooide helemaal, toen de volwassenen zich herinnerden dat zij vroeger ook wel eens in het fietsenhok ... en toen bleek dat de jeugd het geweldig zou vinden als er van gemeente en buurt wat belangstelling zou zijn voor hun BMX-dag. Waren er dan helemaal geen problemen? O ja, zeker wel. Sommige van de aanwezige jonge mensen hadden moeite om door de school heen te komen of maakten andere vervelende dingen mee. Zoals dat ieder van ons wel een gebeurt. Dat besef was een belangrijke conclusie, zeker in combinatie met het begin van een gesprek over hoe de gemeenschap elkaar bij dat soort kwesties kan bijstaan.

De laatste bommenruimer die ik hier op wil voeren is de hoge ambtenaar voor Jeugd & Gezin toen die mijn studenten uitlegde dat de vraag HOE je naar mensen kijkt sterk bepalend is voor de manier waarop je beleid ontwikkelt. Zie je jeugd als potentieel probleem, of als mensen die in hun levensloop problemen tegen kunnen komen? Mijn studenten waren van de laatste stroming en daar ben ik trots op! Want dat betekent dat ze hun toekomstige vak zien als het bevorderen dat kinderen zich optimaal ontwikkelen en waar nodig ondersteuning bieden bij problemen. Kinderen krijgen zo alle kansen die ze verdienen.

Natuurlijk, er zijn tal van uitdagingen - zeker op plaatsen waar die problemen zich concentreren. En zeker ook waar we jongeren niet of in onvoldoende mate bereiken - zoals in Aarle-Rixtel waar die paar jongeren die echt lastig zijn ontbraken. In zulke gevallen mag er best een behoorlijk harde hand naar jeugdigen en hun ouders worden gebruikt. Echter, een oude sociologische wet zegt dat als je een situatie op een bepaalde manier definieert, dat ze dan ook zo wordt. Met andere woorden: als je de jeugd definieert als tijdbom, ga je je daarnaar gedragen en is dat ook wat je terugkrijgt.

Maar hoezo tijdbom, als we weten dat het op tal van punten heel goed gaat en als we ons herinneren dat we zelf ook wel eens het een en andere hebben uitgehaald, erg druk waren met onszelf (en leeftijdgenoten van de andere sekse) voordat we ons ontwikkelden tot volwassen burgers? Zou het daarom niet zinvoller zijn om de hand bij dat ontstekingsmechanisme weg te halen en juist uit te steken naar de jonge mensen die ons straks gaan opvolgen? Die deugen echt wel! Zo laat onderzoek van het Brabantse kennisinstituut PON zien dat zich ook in de jonge leeftijdscategorieën veel vrijwilligers bevinden, zij het (nog) voor minder uur per week dan ouderen. Zonder naïef te zijn, pleit ik kortom voor vertrouwen in onze jeugd - en wie anders wil beschouw ik, in de beeldspraak van de tijdbom, als een terrorist. Aan de lezer de uitdaging om stil te staan bij de vraag hoe hij of zij kijkt naar de jeugd en zich inzet voor de ontwikkeling van hun talenten en onze samenleving.

Kees Verhaar is adviseur jeugd bij het PON in Tilburg en lector Jeugd & Gezin bij Fontys Hogescholen.

 

 

 

 

Meer informatie:

dr. C.H.A. (Kees) Verhaar

 

Jaarboek PON 2009:

 

 

 

Domein Jeugd

Mail deze pagina
Print deze pagina

Actueel

Aanmelden nieuwsbrief?