18-02-2010

Waardeloze huizen op het Brabantse platteland?


Brabants dagblad (door Kees Nauta) | zaterdag 13 februari 2010

 

Ook zo geschrokken van de uitspraak van staatssecretaris Bijleveld? Vorige week waarschuwde zij eigenaren van woningen in uitbreidingswijken op het platteland.

Door leegstand dreigen huizen daar in de toekomst onverkoopbaar te worden. Gemeenten zijn in haar ogen de hoofdschuldige: ze steken de kop in het zand. Ze bouwen nog volop nieuwe huizen, in de hoop nieuwe bewoners aan te trekken, maar door de leegloop zijn die binnen afzienbare tijd waardeloos.

Heeft mevrouw Bijleveld een punt? En hoe is de situatie in Brabant eigenlijk?

De laatste maanden staat het thema bevolkingskrimp met stip op de politieke agenda. Niet zo verwonderlijk, in -vooral- Groningen, Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen zien we een structurele afname van de bevolking en de maatschappelijke gevolgen daarvan zijn groot. De verwachting is dat die ontwikkeling zich sterk zal doorzetten; ook elders in Nederland zal bevolkingskrimp plaatsvinden. In Zeeuws-Vlaanderen blijkt uit onderzoek dat er inderdaad sprake is van sterk dalende huizenprijzen door wegvallende vraag. In Zuid-Limburg zijn aanvankelijke plannen tot nieuwbouw van huizen inmiddels ingrijpend gewijzigd. In een nauwe samenwerking tussen gemeenten, provincie en woningcorporaties vindt grootschalige sloop plaats; daar komen minder, maar kwalitatief hoogwaardige, woningen voor in de plaats. Regionale samenwerking en reële planning zijn sleutelwoorden; juist om de door Bijleveld gevreesde ontwikkeling te voorkomen. Samenwerking en afstemming overigens die veel verder reiken dan woningbouw alleen; ook voorzieningen voor bijvoorbeeld onderwijs en vrije tijd, bedrijventerreinen, arbeidsmarktbeleid zijn onderwerp van hernieuwd overleg en bijstelling van beleid.

Hoe staan we er in Brabant voor?

Prognoses wijzen uit dat de bevolkingsomvang stabiliseert, dat is op zich al een nieuw fenomeen; Brabant immers was traditioneel de provincie met grote gezinnen en veel jongeren. Nu zien we juist een proces van vergrijzing en ontgroening. Als we verder inzoomen, zien we binnen Brabant grote verschillen. Vooral in de niet-stedelijke gebieden in West Brabant, de Kempen en langs de provinciale oostgrens zien we een tendens naar bevolkingskrimp. Nu al is die in 25% van de Brabantse gemeenten aan de orde, oplopend naar 70% na 2025. In een gemeente als bijvoorbeeld Landerd wordt in de periode 2008 -2030 een bevolkingsdaling met 14% voorzien. Belangrijkste aanjager van deze krimp is de terugloop van het aantal jongeren. Er worden minder kinderen geboren en veel jongeren trekken naar de stedelijke gebieden binnen en buiten Brabant.

Minder mensen leidt niet automatisch tot minder behoefte aan woningen. Integendeel; tot 2030 moeten er in Brabant nog zo'n 160.000 woningen bijkomen, waarna overigens de behoefte aan (meer) woningen inderdaad snel afneemt. Die aanvankelijke stijging wordt veroorzaakt door wat men gezinsverdunning noemt; steeds meer jongere en oudere alleenstaanden en kleine huishoudens. Daarmee raken we de kern van het woningbehoeftenvraagstuk. Waar in Brabant jarenlang het parool was bouwen, bouwen om in de kwantitatieve vraag te voorzien is er nu steeds meer sprake van een kwalitatief vraagstuk. Wat bouw je, voor wie en op welke plek? Provinciale documenten spreken over een onvoldoende afstemming tussen vraag en aanbod. Vooral aan meer goedkope koopwoningen en woningen met bereikbare zorg en welzijn bestaat nu nog behoefte.

Brabant moeten leren omgaan met het verschijnsel van bevolkingskrimp, groeiscenario's zijn niet langer een adequaat antwoord. Als er een les te trekken valt uit Limburg is het wel dat een beleid waarin elke gemeente voor zichzelf gaat en juist veel nieuwbouw plant, om terugloop van het aantal inwoners van de eigen gemeente te voorkomen, niet meer werkt. Immers daarmee ontstaat concurrentie in een krimpende markt met leegstand als onvermijdelijke uitkomst?. en dan krijgt Bijleveld inderdaad gelijk.

Wordt uw huis straks onverkoopbaar? Niet als gemeenten er in slagen op regionaal niveau, samen met maatschappelijke partners, de handen ineen te slaan; en de woningproblematiek zien als een gezamenlijke opgave. Regionale planning en sturing die is gebaseerd op reële prognoses en ambities en op het inzicht dat voor realiseren van een hoogwaardige leefomgeving groei geen voorwaarde is.

Kees Nauta is adviseur en onderzoeker van kennisinstituut PON.

 

 

 

 

Meer informatie:

 

drs. C.T.G.J. (Kees) Nauta

Mail deze pagina
Print deze pagina

Actueel

Aanmelden nieuwsbrief?